Oscillator
Inhoud |
Inputs
Toonhoogte
De toonhoogte van een oscillator wordt op verschillende manieren bepaald. Standaard bepalen de ingespeelde noten de toonhoogte. Deze informatie kan binnenkomen via het klavier van de synthesizer, of via CV/Gate of MIDI. Daarnaast hebben veel oscillators de mogelijkheid om te ontstemmen van deze nootinformatie met semitone in stappen van hele noten en via tune waarbij in kleine stapjes tot een halve noot ontstemt kan worden. Daarnaast is het in sommige gevallen ook mogelijk om via een octaaf-switch om één of meerdere octaven te ontstemen. Op veel oudere analoge synthesizers wordt dit aangegeven in foot (afgekort "ft" of een apostrof), een Engelse lengtemaat dat overeenkomt met ongeveer 30 centimeter. Deze maat wordt gebruikt om de lengte (en daarme de toonhoogte) van orgelpijpen aan te duiden, en is op deze synthesizers overgenomen. De meest voorkomende waardes zijn 32', 16', 8', 4' en 2', waarbij 32' de laagste octaaf is, en iedere volgende stap één octaaf omhoog gaat. 64' wordt zelden gebruikt, en komt overeen met zeer diepe (sub)-bassen.
Modulatie
De modulatie-inputs op een oscillator verschillen per synthesizer. Vaak is er een input om de oscillator frequentie te moduleren. Veel gebruikte modulatiebronnen hiervoor zijn LFO's en envelopes. Deze vorm van modulatie vormt de basis voor FM synthese. Daarnaast hebben sommige oscillators ook een input voor pulse width modulation of oscillator sync.
Analoge oscillators
Bij analoge oscillators wordt onderscheidt gemaakt tussen VCO en DCO. Een VCO is een Voltage Controlled Oscillator, en bestaat alleen uit een analoog circuit. In een DCO (Digital Controlled Oscillator) is de klankopwekking analoog, maar wordt de frequentie gecontrolleerd door een digitale component. Echter blijft het hier niet bij en wordt vandaag de term DCO ook gebruikt voor alle vormen van digitale klankopwekking.
Soorten oscillators
Afhankelijk van het type synthese worden verschillende oscillators gebruikt in synthesizers.
- subtractieve oscillators geven eenvoudige golfvormen zoals saw, square en triangle.
- Een wavetable oscillator heeft een hele tabel met golfvormen ten beschikking. In veel gevallen (bijvoorbeeld de Waldorf Microwave) kan met behulp van een modulatiebron snel en realtime tussen de golfvormen gewisseld worden. Zie wavetable synthese.
- In een transwave oscillator wordt een PCM sample opgedeeld in kleine golfvormen, waarna realtime tussen deze golfvormen geschakelt kan worden.
- Een FM oscillator is geschikt voor sterke modulatie van de frequentie, en is meestal onderdeel van een operator.
- Een LFO genereert een langzame golfvorm, en wordt gebruikt voor modulatie.
- Een sub-oscillator creeërt een golfvorm een of twee oktaven lager dan zijn "master" oscillator. De sub-oscillator volgt de pitch van deze oscillator, inclusief eventuele modulatie door een LFO of envelope.
Referenties
- Jenkins, Mark; Analog Synthesizers 1st edition (2007), Focal Press (Oxford)
Links
- Discussie over de verschillen tussen een VCO en een DCO
- Tips voor programmeren software osccilator
- samples van oscillators van vele synthesizers
| Type | Additief - FM - Granulair - Linear Arithmetic - Phase Distortion - Physical Modelling - Spectrum Dynamics - Subtractief - Resynthesis - Transwave - Wavetable - Vector | |
| Componenten | Oscillator - Operator - LFO - Filter - Envelope - Amplifier - Stepsequencer | |
| Golfvormen | Sinus - Triangle - Saw - Pulse - saw-triangle - Sample&Hold - Noise | |
| Overig | algoritme - Crossmodulatie - Pulse width modulation - Oscillator sync - keytrack - Ringmodulatie - Modulatie | |